Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1372.

Op dit punt stel ik het volgende voorop. Een procespartij zal in de meeste gevallen procederen teneinde op te komen voor haar eigen belangen. Die (rechts-)persoon wordt dan aangemerkt als de materiële en formele procespartij. Een procespartij kan echter ook op grond van een opdracht opkomen voor de belangen van een andere partij (de materieel belanghebbende). Deze opdracht is te kwalificeren als een lastgevingsovereenkomst (art. 7:414 BW). De lastgeving kan zonder volmacht geschieden, maar kan ook worden gecombineerd met een volmacht om in naam van de lastgever op te treden (art. 3:60 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98, en de alinea staat in dat document op bytes 65661 tot 66336.