Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1372.
In alinea 16 van onderdeel 1.2 wordt er tot slot over geklaagd dat het arrest uitsluitend is gewezen ten name van Achmea en niet ten name van Bemo Bedrijfswagens B.V., zodat de uitspraak alleen gezag van gewijsde kan krijgen tussen Daf en Achmea. Ook in zoverre treft de klacht naar mijn mening geen doel. Algemeen wordt namelijk aangenomen dat het gezag van gewijsde (behoudens in het geval van een collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW ) zich richt tot de materiële procespartij. Het oordeel van het hof houdt in dat Bemo Bedrijfswagens voor wat betreft het eigen risico is aan te merken als de materiële procespartij. De uitspraak kan in zoverre dus gezag van gewijsde verkrijgen in de verhouding tussen Daf en Bemo Bedrijfswagens B.V.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98, en de alinea staat in dat document op bytes 71490 tot 72380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98 | shasum -a 256