Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Onder 6.22 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1372.
Ook die klacht treft geen doel. De klacht mist feitelijke grondslag voor zover deze tot uitgangspunt neemt dat de gebruiker een brandgevaarlijke situatie heeft waargenomen. Het hof heeft uitsluitend tot hypothetisch uitgangspunt genomen dat de gebruiker had kunnen waarnemen dat een massa (brandbaar) vuil aanwezig was. Het gaat wat mij betreft te ver om aan te nemen dat een persoon, die na het waarnemen van een zekere massa (brandbaar) vuil nalaat maatregelen te treffen, te allen tijde eigen schuld in de zin van art. 6:101 BW zou hebben aan het ontstaan van brandschade. Dat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en dan in het bijzonder van de omvang, exacte positie en waarneembaarheid van deze massa. In zoverre rust de stelplicht op Daf (hiervoor 5.15). Het dossier bevat geen concrete feitelijke stellingen over de aanwezige massa en/of de waarneembaarheid hiervan. De klacht vermeldt dan ook niet welke concrete gedragingen van de feitelijke gebruiker het hof in zijn beoordeling had behoren te betrekken. De klacht slaagt mijns inziens om die redenen niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98, en de alinea staat in dat document op bytes 113834 tot 114927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98 | shasum -a 256