Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1372.

“4.5 (…) Het hof oordeelt als volgt. Achmea heeft haar vordering ter zake het bedrag van € 26.750,- bij dagvaarding in eerste aanleg gegrond op de stelling dat zij is gesubrogeerd, en dat die vordering om die reden tot haar vermogen behoort. Gelet daarop was Achmea vanaf de aanvang van de procedure ontvankelijk. Vervolgens heeft Achmea bij conclusie van repliek gesteld dat de vordering ad € 26.750,- tevens krachtens cessie tot haar vermogen is gaan behoren, met als cedent Loven Beheer B.V. en Bemo Bedrijfswagens B.V. Daarmee heeft zij in het kader van art. 130 Rv slechts de grondslag van haar vordering uitgebreid, waarbij het hof erop wijst dat Achmea in het hoofd van haar conclusie van repliek tevens heeft vermeld “akte wijziging eis”. Een dergelijke uitbreiding is niet in strijd met de eisen van een goede procesorde, ook niet indien deze cessie is geschied nadat de dagvaarding reeds is uitgebracht, zodat het ervoor moet worden gehouden dat Achmea de vordering voor wat betreft het bedrag van € 26.750,- reeds in eerste aanleg op twee verschillende grondslagen heeft doen steunen, en dus in elk geval op grond van de gestelde cessie voor inhoudelijke beoordeling in aanmerking komt. De vraag of Achmea al dan niet ook krachtens subrogatie met succes de onderhavige vordering kan instellen, hoeft daarmee niet te worden beantwoord. Ter zake de vordering van het bedrag van € 2.250,- heeft Achmea bij de dagvaarding in eerste aanleg in nr. 15 vermeld dat zij tevens de schade vordert die voor rekening van Bemo Loven Beheer bleef, waarbij Achmea als productie 9 bij dagvaarding heeft overgelegd een door Bemo & Loven Beheer B.V. verleende volmacht om het eigen risico van € 2.250,- dat “voor rekening van Bemo bleef inzake de schadegebeurtenis (...) waarbij de (...) auto (...) door brand beschadigd raakte, te verhalen". Uitleg van een en ander aan de hand van strenge eisen (zie HR 22 oktober 2004, NJ 2004, 202 ) brengt het hof tot het oordeel dat reeds bij dagvaarding in eerste aanleg voldoende duidelijk was dat Achmea tevens optrad in de hoedanigheid van gevolmachtigde van een conglomeraat zich noemende Bemo & Loven Beheer B.V., waartoe in elk geval behoorde Bemo, zijnde Bemo Bedrijfswagens B.V. De rechtbank heeft Achmea dan ook terecht in haar vordering ontvangen, zodat de tweede grief faalt.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98, en de alinea staat in dat document op bytes 25573 tot 28033.