Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1372.
Deze klacht slaagt mijns inziens niet. Het verweer van Daf tegen de subrogatie lijkt mij geen ontvankelijkheidsverweer, maar een verweer ten gronde waarmee een afwijzing van de vordering (en geen niet-ontvankelijkheid) wordt beoogd. Het verweer betreft niet de procesrechtelijke bevoegdheid van Achmea om in rechte op te treden, maar de materiële gegrondheid van haar vordering. Het stelt immers de vraag aan de orde of Achmea is gesubrogeerd in een vordering jegens Daf. Van een ontvankelijkheidsverweer is dus geen sprake. Verder kan mijns inziens in cassatie niet met vrucht worden opgekomen tegen het oordeel dat Achmea bij conclusie van repliek aan haar vordering ad € 26.750,-- ook de cessie ten grondslag heeft mogen leggen. Ik licht dit toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98, en de alinea staat in dat document op bytes 54690 tot 55455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98 | shasum -a 256