Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1373.
Een rechterlijke machtiging tot onvrijwillige opneming en verblijf van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in hoofdstuk II van de Wet Bopz – zijnde een machtiging, niet een bevel, tot vrijheidsbeneming – is gericht op een tijdvak in de toekomst: de voor een bepaalde periode afgegeven machtiging moet nodig zijn ter afwending van het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de betrokkene doet veroorzaken en dat niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Zij is niet gericht op het verleden. Met andere woorden: wanneer de rechter de verzochte machtiging verleent, wordt daarmee de vrijheidsbeneming in een tijdvak dat voorafgaat aan de machtiging niet gelegitimeerd, ook al doet het woordgebruik (‘machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling’) wel daaraan denken. De rechter die het verzoek om een machtiging beoordeelt gaat na, naar het tijdstip van zijn beslissing, of aan alle wettelijke en verdragsrechtelijke vereisten voor het verlenen van de verzochte machtiging is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5647b059f6fc036b8bb14688a4af7ddbb9d491cf867ee6f5e33eb6fc0fbca0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5647b059f6fc036b8bb14688a4af7ddbb9d491cf867ee6f5e33eb6fc0fbca0c, en de alinea staat in dat document op bytes 19978 tot 21081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5647b059f6fc036b8bb14688a4af7ddbb9d491cf867ee6f5e33eb6fc0fbca0c | shasum -a 256