Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 4.18. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.

“Tijdens het wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer op 28 oktober 2013 inzake het voorstel Wet maatregelen woningmarkt 2014 is door de fractie van het CDA aandacht gevraagd voor de mogelijkheid de verhuurder-heffing te voorkomen door een bestaande holdingstructuur om te vormen in entiteiten die ieder minder dan tien [bedoeld zal zijn: minder dan elf; PJW] belaste woningen bezitten. Naar aanleiding van het wetgevingsoverleg is nader onderzocht of een bepaling die de mogelijkheid om de belasting middels dergelijke constructies te ontlopen voorkomt, uitvoerbaar is. Dit blijkt het geval te zijn. De maatregel wordt daarbij wel toegeschreven op de gevallen waarin het probleem zich mogelijk voordoet. Omdat bij het vormgeven van een constructie waarbij een natuurlijke persoon betrokken is altijd overdrachtsbelasting zal moeten worden voldaan, zijn de constructies met natuurlijke personen financieel niet aantrekkelijk. De kost van de overdrachtsbelasting gaat immers voor de baat van het ontlopen van de verhuurderheffing uit. Daarom is de voorgestelde maatregel beperkt tot gevallen waarin er een samenstelling van rechtspersonen bestaat. Met de voorgestelde wijzigingen in de artikelen 1.2, eerste lid, 1.4, 1.9 en 1.10, eerste lid, wordt een groep van rechtspersonen als belastingplichtige geïntroduceerd, waarmee de verbondenheid van rechtspersonen wordt gecreëerd. Deze maatregel scherpt de verhuurderheffing aan voor verbonden rechtspersonen (NV’s, BV’s, stichtingen en verenigingen), die nu bijvoorbeeld het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht hebben van 2 keer 6 woningen en daarmee onder de in artikel 1.4 van het wetsvoorstel genoemde grens van meer dan 10 huurwoningen blijven. Deze maatregel lost ook een in de praktijk opgekomen probleem op bij bestaande structuren die uit meerdere rechtspersonen bestaan. Deze hebben soms op naam van één van de rechtspersonen aangifte gedaan voor de gehele groep, maar hebben op naam van de andere rechtspersonen geen aangifte gedaan, terwijl uit de huidige wetgeving volgt dat dit wel zou moeten. Aan deze situatie komt door deze nota van wijziging een eind. Voor zover er een investeringsverklaring is afgegeven aan één van de rechtspersonen, die onderdeel uitmaakt van een groep, beoogt de voorgestelde wijziging in artikel 1.10, eerste lid, dat deze investeringsverklaring tot een heffingsvermindering in de aangifte van de groep kan leiden. De uitnodigingen tot het doen van aangifte blijft de Belastingdienst versturen op basis van de huidige criteria. Daarbij zal worden aangegeven dat indien de belastingplichtigen «verbonden» zijn, deze gezamenlijk aangifte moeten doen. Hierbij wordt bij de elektronische aangifte de verplichting gecreëerd om daarbij op te geven namens welke uitgenodigde belastingplichtigen aangifte wordt gedaan. Dit kan dus door zelfstandig aangifte te doen (bijvoorbeeld door een moeder BV die geen panden zelf bezit) of door één van de verbonden dochter BV’s die zelf wel panden bezit. Bij de aangifte dient de moeder of dochter dan op te geven namens welke uitgenodigden er aangifte gedaan wordt. Hierdoor wordt voorkomen dat de overige dochters naheffingen krijgen. De voorgestelde maatregel in deze nota van wijziging rondom het verbondenheidcriterium leidt tot een afname van vermijdingsmogelijkheden voor de verhuurderheffing. Dit betekent evenwel een nieuwe werkstroom voor de Belastingdienst aangezien het verbondenheidcriterium momenteel niet van toepassing is op de verhuurderheffing. Belastingplichtigen zullen bij de aangifte moeten vermelden namens welke uitgenodigde personen zij aangifte doen, dit werkt tevens door naar de rechten op de belastingvermindering. Deze wijzigingen zullen in het systeem moeten worden ingevoerd en onderhouden. De controle en handhaving zal arbeidsintensiever worden door de complexe verbondenheidrelaties te toetsen. Daarnaast zullen meer eigenaren van woningen belastingplichtig worden doordat ze nu bijvoorbeeld in twee verbonden lichamen elk 7 voor de verhuurderheffing belastbare huurwoningen hebben. Deze groep is nu niet in beeld aangezien uitsluitend eigenaren van 10 of meer woningen benaderd worden; deze groep dient via controle en handhaving in beeld gebracht te worden. De uitvoeringskosten bedragen € 2,5 miljoen structureel.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 64795 tot 69111.