Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 7.3. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.

Voorafgaand aan de omschrijving van de belastingplicht (art. 4 Wvh) bepaalt art. 3 Wvh dat als er meer genothebbenden van een woning zijn, die woning alleen in aanmerking wordt genomen bij degene aan wie de WOZ-beschikking ter zake van die woning ex art. 24(3) en (4) Wet WOZ is bekendgemaakt. Ongeacht hoeveel genothebbenden er zijn en ongeacht de omvang van hun deel- of huuropbrengstgerechtigdheid, telt elke woning dus slechts bij één persoon mee (de WOZ-beschikkeling), óók voor de bepaling van de belastingplicht, die pas in art. 4 wordt geregeld ná de exclusieve toerekening van woningen in medegerechtigdheid aan één subject.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 96967 tot 97620.