Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.

Zowel de Rechtbank-Zeeland/West-Brabant als in hoger beroep het Hof Den Bosch overwogen dat zij de innerlijke redelijkheid en billijkheid van formele wetgeving niet beoordelen. Het Hof vatte belanghebbendes (hogere) beroep op als een beroep op het discriminatieverbod ex art. 14 EVRM en het eigendomsgrondrecht ex art. 1 EP EVRM en oordeelde dat de keuze van de wetgever om aan te knopen bij de bekendmaking van WOZ-beschikkingen gebaseerd is op overwegingen van eenvoud en doelmatigheid. Hoewel niet is uitgesloten dat ongelijke behandeling kan optreden doordat verschillende gemeenten verschillend beleid voeren, achtte het Hof de keuze van de wetgever niet van redelijke grond ontbloot. Voor hetgeen de belanghebbende meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn medegerechtigdheid heeft hij volgens het Hof regres op zijn mede-eigenaren. Van een individuele en buitensporige last is geen begin van bewijs geleverd. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 13223 tot 14199.