Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 7.9. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.

De Wvh vestigt geen evenmin enige hoofdelijke of deelaansprakelijkheid van de niet-belastingplichtige medegerechtigden en bevat ook geen andere grondslag voor verhaal op, laat staan een toerekening van de verhuurderheffingschuld, aan hen, welke toerekening overigens zou worden gecompliceerd door de voetvrijstelling, die eveneens toegerekend zou moeten worden (zie 7.16). De Invorderingswet en de Gemeentewet bevatten evenmin regresmogelijkheden voor de belastingplichtige jegens mede-eigenaren. Het boven (5.1) geciteerde art. 253 Gemeentewet is niet van toepassing, nu het om een rijksbelasting gaat en geen sprake is van meer dan één belastingplichtige. De parlementaire geschiedenis van de Wvh biedt ook niets, behalve de mededeling van de regering dat medegerechtigden ‘in een privaatrechtelijke verhouding tot elkaar staan’ (zie 4.13 en 4.16). Dat is net zoiets als zeggen dat het in Nederland wel eens regent. Het volstaan met deze mededeling komt neer op het privatiseren van de uitvoering van de verhuurderheffing door haar over de schutting te gooien bij de willekeurig als enige belastingplichtige aangewezen WOZ-beschikkeling (veelal op grond van zijn leeftijd, hoe miniem zijn medegerechtigdheid ook) en bovendien, zoals hieronder zal blijken, zonder hem de juridische mogelijkheid te geven de voor 100% aan hem opgelegde belasting deels te verhalen op de andere medegerechtigden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 104651 tot 106065.