Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 7.11. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.

De vraag is dus of (de voldoening van) de verhuurderheffing een uitgave is (i) ‘die voortvloeit uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht’ of (ii) die ‘ingevolge de wet ten laste van de gezamenlijke deelgenoten komt’. De Staatssecretaris suggereert dat de verhuurderheffingsschuld voortvloeit uit een ‘handeling’ namens de gemeenschap, nl. uit het doen van aangifte voor de verhuurderheffing door de WOZ-beschikkeling. Dat is niet zo. Zou dat zo zijn, dan zou geen verhuurderheffingsschuld ontstaan als geen aangifte wordt gedaan. Maar zoals elke belastingschuld, ontstaat ook de verhuurderheffingsschuld uit de wet, niet uit het doen van aangifte of enig ander handelen van de WOZ-beschikkeling. De ‘uitgave’ (de voldoening, al dan niet op aangifte, van de uit de wet ontstane schuld) vloeit voort uit de wet, niet uit een namens de gemeenschap verrichte handeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 107882 tot 108944.