Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016
Onder 7.16. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.
Ook indien wél een regresrecht zou bestaan, blijft willekeur bestaan. Stel dat A (de oudste) en B bij helfte gerechtigd zijn tot acht gereguleerde huurwoningen en dat A daarnaast vier dergelijke woningen in volle eigendom heeft. A krijgt als oudste c.q. enige (mede)eigenaar alle twaalf WOZ-beschikkingen en is dus belastingplichtig. Hij moet over twee keer de gemiddelde WOZ-waarde betalen. Daargelaten dat aan A slechts een WOZ-waarde van acht gemiddelde woningen toekomt en hij dus gediscrimineerd wordt in vergelijking met een voor de verhuurderheffingsgrondslag (de WOZ-waarde) identieke enkelvoudige bezitter van acht woningen (die niet belastingplichtig is), valt niet in te zien waarom B zou moeten meebetalen aan de door A’s woningen – waarvan B het bestaan mogelijk niet eens vermoedde - opgeroepen belastingschuld. In ongewogen aantal is B slechts tot acht woningen mede-gerechtigd en qua WOZ-waarde (de heffingsgrondslag van de verhuurderheffing) is B slechts gerechtigd tot vier woningen, zodat hij in alle relevante aspecten beneden de voetvrijstelling blijft (overigens wordt ook B alsdan gediscrimineerd in vergelijking met een voor de verhuurderheffingsgrondslag (de WOZ-waarde) identieke enkelvoudige bezitter van vier woningen of zelfs een enkelvoudige bezitter van acht woningen, die niets hoeft te betalen). Mede-eigenaren van minder dan elf woningen zouden dus, indien wél regres mogelijk zou zijn, hun mede-eigenaren nauwlettend in de gaten moeten houden: als bij vier mede-eigenaren van tien woningen de WOZ-beschikkeling er individueel één woning bij koopt, dan maakt hij daarmee de andere drie – indien regres mogelijk zou zijn – opeens elk draagplichtig voor 2,5/11e van de verhuurderheffing over éénmaal de gemiddelde WOZ-waarde. Of zou de voetvrijstelling van tien woningen als regres wél mogelijk zou zijn eerst aan de gemene woningen moeten worden toegerekend en zouden de andere drie dus niet hoeven bij te dragen? (wat, als één van die drie anderen ook nog volle eigenaar is van 12 andere woningen, of oudste mede-eigenaar van 12 andere woningen met andere mede-eigenaren?). U merke overigens op dat indien in het boven gegeven voorbeeld niet A, maar B de oudste is, opeens niemand meer belastingplichtig is (zie daarover nader onderdeel C. hieronder, met name 7.20), ook niet als A er individueel nog zes woningen bij zou kopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 112279 tot 114706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7 | shasum -a 256