Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 7.32. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1374.

Nu de verhuurderheffing een vermogensbelasting ten laste van aangewezen verhuurders is, ligt de laatste variant het meest voor de hand, net zoals de vermogensbelasting in box 3 een heffingsvrij vermogen kent. Uitdrukking van de heffingsgrondslag in een geldwaarde en van de voetvrijstelling in een ongewogen getal – gecombineerd met koppeling van belastingplicht aan een fiscaal irrelevant gemeentelijk adresseringsbeleid – kan onmogelijk tot consistente en redelijke resultaten leiden bij mede-eigendom. De heffingsgrondslag en de vrijstelling moeten voor zinvolle resultaten in dezelfde grootheid worden uitgedrukt. Ik merk overigens op dat bij particulieren de verhuurderheffing kan cumuleren met hun box 3 heffing in de inkomstenbelasting, hetgeen kan resulteren in een totale vermogensbelasting tot 1,2 + 0,543 is 1,743% (in 2017) van de waarde van hun woningbezit boven de voetvrijstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c613dbd8b45e267565bb86fcb288b8d6b3ab2dd071c50988fc12d6d7b03dfe7, en de alinea staat in dat document op bytes 132181 tot 133094.