Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Onder 9.2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.

De wet biedt geen doorschuifregeling voor de situatie dat een onderneming tot een werkzaamheid inkrimpt. Mijns inziens bestaat ook nauwelijks behoefte aan die omgekeerde faciliteit, omdat een dergelijke inkrimping sporadisch zal voorkomen. Daarentegen kan in de praktijk wel behoefte bestaan aan een faciliteit die de wijziging van de rechtsvorm van de onderneming fiscaal begeleidt. Te denken valt aan de ondernemer die besluit zijn onderneming in te brengen in een BV en er daarbij voor kiest bijvoorbeeld een tot het ondernemingsvermogen behorend pand in privé te houden om het vervolgens aan de BV te gaan verhuren. In dat geval zal over het onttrokken pand moeten worden afgerekend; die consequentie lijkt mij juist omdat de strikte interpretatie van het begrip uitgroei meebrengt dat in de omgekeerde situatie evenmin een doorschuiving geldt. Als de belastingplichtige de afrekening wenst te voorkomen zal hij het pand in de BV moeten inbrengen.(…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 67914 tot 68884.