Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.
(…) Deze doorschuiffaciliteit beperkt zich, gelet op de tekst, tot gevallen waarin sprake is van ‘uitgroeien’. Het is onduidelijk wanneer daar sprake van is. Ook de parlementaire geschiedenis verschaft die duidelijkheid niet, zie TK 1998-1999, nr. 26 727, nr. 3, p. 138. Uit deze passage kan wel worden afgeleid dat de doorschuiffaciliteit van toepassing zou moeten (kunnen) zijn bij uitbreiding van de activiteiten van de belastingplichtige. Daarvan is in casu door toetreding van belanghebbende tot de vof zeker sprake. De beperkte uitleg die de inspecteur in bovenstaande casus voorstaat door te stellen dat de faciliteit alleen aan de orde is indien sprake is van arbeid en niet op een terbeschikkingstelling vindt naar mijn mening terecht geen genade bij de rechtbank. Ook voor het genieten van winst uit onderneming is het verrichten van arbeid naar mijn mening niet per definitie noodzakelijk. Op grond van art. 3.4 Wet IB 2001 wordt immers onder ondernemer verstaan ‘de belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 71182 tot 72340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba | shasum -a 256