Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.

De leden van de CDA-fractie vragen waarom de teruggang van onderneming naar overige werkzaamheden niet is geregeld. Te denken is aan oudere ondernemers of beroepsbeoefenaren die geleidelijk de werkzaamheden afbouwen. Voorbeeld: een advocaat oefent zijn beroep uit in een pand(je) dat tot het ondernemingsvermogen behoort. Hij bouwt zijn praktijk af tot een paar klanten zodanig dat de categorie resultaat uit werkzaamheden gepaster is. De onderneming is dan gestaakt, de meerwaarde in het pand moet worden afgerekend en vervolgens wordt het weer opgenomen in het quasi-ondernemingsvermogen van de subbron resultaat uit een werkzaamheid. Had het overigens uit oogpunt van rechtsgelijkheid niet meer voor de hand gelegen alle genieters van resultaat uit werkzaamheden die aan het urencriterium voldoen op te nemen als ondernemer. Het onderscheid lijkt namelijk flinterdun, terwijl er aanmerkelijke financiële consequenties aan zijn verbonden (met name ondernemersaftrek, investeringsaftrek, e.d.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 25781 tot 26789.