Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016
Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.
(…) In het kader van artikel 3.4.2.2 zou de vraag kunnen worden gesteld of een eindafrekening plaatsvindt indien een werkzaamheid wijzigt in een andere werkzaamheid. Zo’n wijziging kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een vermogensbestanddeel ter beschikking wordt gesteld aan een verbonden persoon die een eenmanszaak drijft en die vervolgens zijn eenmanszaak in een besloten vennootschap omzet. In dat geval is niet langer sprake van een werkzaamheid in de zin van artikel 3.4.1.2, eerste lid, onderdeel a, maar van een werkzaamheid in de zin van artikel 3.4.1.2a, eerste lid, onderdeel a. Aangezien in deze situatie niet wordt opgehouden in Nederland belastbaar resultaat uit de werkzaamheid te genieten, mist artikel 3.2.2.51 betreffende de eindafrekening in samenhang met artikel 3.4.2.2 dan toepassing. Om diezelfde reden vindt nog geen eindafrekening plaats indien in de situatie van artikel 3.4.1.2a de aanmerkelijkbelanghouder niet langer voldoet aan de voorwaarden voor een aanmerkelijk belang en overgaat naar de positie waarin hij een fictief aanmerkelijk belang heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 37681 tot 39037.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba | shasum -a 256