Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.

De zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 1 maart 2013 ( BNB 2013/158) betrof een belastingplichtige die gronden en een hoeve verpachtte aan een BV waarvan hij alle aandelen hield. Vanaf 1 januari 2003 is de door de BV gedreven onderneming door de belastingplichtige en zijn echtgenote voortgezet in maatschapsverband, (kennelijk) zonder toepassing van artikel 14c Wet Vpb (geruisloze doorschuiving). Op deze datum heeft de belastingplichtige de pachtovereenkomst beëindigd en zijn de gronden en de hoeve aan de maatschap ter beschikking gesteld. In geschil was of op deze overgang van de vermogensbestanddelen van de resultaatssfeer naar de ondernemingssfeer de doorschuifregeling van artikel 3.99 Wet IB 2001 van toepassing was. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat dit niet het geval was:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 39286 tot 40216.