Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016
Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.
Blijkens de parlementaire geschiedenis bij artikel 3.99 van de Wet IB 2001 (…) heeft de wetgever het oog gehad op situaties waarin de werkzaamheid uitgroeit tot een onderneming. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Aan de knelpunten die een belastingplichtige kan voelen in gevallen als het onderhavige, is de wetgever tegemoet gekomen in artikel 3.98 van de Wet IB 2001 (waarop geen beroep is gedaan) (…). Het onderhavige geval moet in zoverre worden onderscheiden van het voorbeeld dat is geciteerd in onderdeel 6.5.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 41126 tot 41737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba | shasum -a 256