Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.

Wat in cassatie niet meer aan de orde is gekomen, maar voor de praktijk wel erg belangrijk is, betreft de toepassing van de doorschuifregeling van art. 3.99 Wet IB 2001. Ingevolge deze bepaling wordt de werkzaamheid geacht niet te zijn gestaakt, indien een werkzaamheid uitgroeit tot een onderneming. In casu keren belanghebbende en zijn echtgenote terug uit de BV en worden zij weer IB-ondernemers (hetgeen zij tot 1 oktober 1993 ook waren). De tbs-vermogensbestanddelen gaan dus (weer) behoren tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende en zijn echtgenote. Aangezien het resultaatregime in hoge mate vergelijkbaar is met het winstregime, zou het zeer voor de hand hebben gelegen als de wetgever hiervoor een doorschuifregeling had getroffen en de fiscale boekwaarde van de tbs-werkzaamheid had kunnen worden doorgeschoven naar de IB-onderneming. Toch is deze algemene doorschuifregeling niet getroffen. Voor de terugkeer uit de BV kent het tbs-regime in art. 3.98 Wet IB 2001 een specifieke doorschuifregeling, maar daarvoor is vereist dat de terugkeer is geschied met toepassing van de specifieke voor de terugkeer uit de BV geschreven terugkeerfaciliteit van art. 14c Wet VPB 1969. In casu zijn belanghebbende en zijn echtgenote kennelijk niet teruggekeerd uit de BV met een beroep op deze terugkeerfaciliteit. Art. 3.98 Wet IB 2001 is dan niet van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 42421 tot 43803.