Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:14.

De heer X en zijn (fiscale) partner mevrouw Y zijn voornemens op korte termijn met elkaar in het huwelijk te treden onder algehele gemeenschap van goederen. Mevrouw Y stelt een bedrijfspand ter beschikking aan de onderneming van X. Het pand behoort tot haar privé-vermogen. Omdat mevrouw Y het pand ter beschikking stelt aan een verbonden persoon is sprake van een werkzaamheid in de zin van artikel 3.91 Wet IB 2001. Door hun huwelijk gaat het pand tot de algehele gemeenschap van goederen behoren, daarmee wordt de terbeschikkingstelling beëindigd, wordt de werkzaamheid gestaakt en dient afgerekend te worden over de meerwaarde van het pand. Het pand gaat vervolgens tot het verplichte ondernemingsvermogen van de heer X behoren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691026d60d9fb329a7ee248ba922ba5da8e01e4e804fdd332fe0b41d7c07beba, en de alinea staat in dat document op bytes 47283 tot 48031.