Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2016
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1401.
Ik bestrijd het oordeel van het Hof in r.o 4.16.2, dat een justitiabele in een situatie als de onderhavige de rechtsgeldigheid c.q. de omvang van zijn materiële belastingplicht aan de orde kan stellen in een procedure met de Heffingsambtenaar. Juist omdat de belastingaanslag aan een derde wordt opgelegd, ontbreken de door de wetgever vastgelegde waarborgen (ten aanzien van bijv. inhoud, bekendmaking, ontvankelijkheid) om de juistheid van deze aanslag ter discussie te stellen. Dit is juist de kern van mijn bezwaar: er is namelijk geen aan mij gerichte aanslag forensenbelasting waartegen ik mij (voor zover nodig) kan verweren, en deze is of wordt (hoewel er op grond van de Verordening wel een materiele belastingplicht bestaat) ook niet opgelegd door de gemeente.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8227cb7ed96ec4e545d8d707baaa7ed804937f6fa5a33883447d90b07cd0cbd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8227cb7ed96ec4e545d8d707baaa7ed804937f6fa5a33883447d90b07cd0cbd0, en de alinea staat in dat document op bytes 94673 tot 95457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8227cb7ed96ec4e545d8d707baaa7ed804937f6fa5a33883447d90b07cd0cbd0 | shasum -a 256