Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2016
Onder 4.59 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1401.
Voor de woonforensenbelasting zijn belastingplichtig natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Slechts natuurlijke personen kunnen belastingplichtig zijn. Ingevolge art. 223, lid 3, Gem.w. dient naar de omstandigheden te worden beoordeeld of iemand in de gemeente al dan niet hoofdverblijf heeft. Het bestemmingsplan en de bedoelingen van belastingplichtigen doen hier niet aan af. De vraag of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt beoordeeld naar de omstandigheden, zoals de plaats waar belanghebbende zijn werkzaamheden verricht en waar zijn eventuele andere woning is gelegen. De beoordeling waar het hoofdverblijf plaatsvindt, is geen verboden inmenging in het privéleven (art. 8 EVRM) of in het eigendomsrecht (art. 1 Eerste Protocol (bij het EVRM)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8227cb7ed96ec4e545d8d707baaa7ed804937f6fa5a33883447d90b07cd0cbd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8227cb7ed96ec4e545d8d707baaa7ed804937f6fa5a33883447d90b07cd0cbd0, en de alinea staat in dat document op bytes 202522 tot 203472.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8227cb7ed96ec4e545d8d707baaa7ed804937f6fa5a33883447d90b07cd0cbd0 | shasum -a 256