Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Onder 5.1 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1402.

Als een betrokkene een nieuw (“schoon”) rijbewijs wenst te verkrijgen, kan hij op grond van art. 97 lid 1 Reglement rijbewijzen het CBR een verklaring van geschiktheid vragen, ongeacht hoe het CBR over de mogelijkheden van art. 97 Reglement rijbewijzen denkt. Het CBR kan op een dergelijk verzoek afwijzend beslissen of zelfs weigeren daarop te besluiten (waarmee het hof blijkens de geciteerde overwegingen in de latere uitspraken ook rekening houdt), maar betrokkene kan zich tegen een voor hem negatief besluit hoe dan ook bij de bestuursrechter voorzien. Of betrokkene een besluit kan uitlokken waartegen hij langs bestuursrechtelijke weg kan opkomen, hangt niet af van de al dan niet betwiste stellingen die partijen daarover hebben betrokken of van het debat dat partijen daarover al dan niet hebben gevoerd. De rechter zelf behoort zich ervan rekenschap te geven of die mogelijkheid al dan niet bestaat, temeer waar de taakverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter een zaak van openbare orde is (zie HR 25 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4416, NJ 1983/194 m.nt. WHH, rov. 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54713f6723d41a307246bb45f3f2ece52dc6fab628a9f895caf1e0c2b0a007ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54713f6723d41a307246bb45f3f2ece52dc6fab628a9f895caf1e0c2b0a007ba, en de alinea staat in dat document op bytes 80391 tot 81509.