Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1402.

Het subonderdeel vervolgt met het betoog dat de door het hof in rov. 3.8.5 genoemde overweging van de minister bij de vervallenverklaring van art. 17 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 dat geen nieuwe maatregel wordt opgelegd aan degenen bij wie de ASP-beslissing nog niet onherroepelijk was geworden omdat die mensen al wel ten minste zes maanden te maken hebben gehad met de gevolgen van het ASP en dat dit ook geldt voor [verweerder 2], zijn beslissing in rov. 3.9 evenmin kan dragen. Het geval van [verweerder 2] is immers niet gelijk aan de door de minister bedoelde gevallen, nu het ASP-besluit in die gevallen nog niet onherroepelijk is, terwijl dat ten aanzien van [verweerder 2] wel het geval is. Dat verschil rechtvaardigt, naar de Afdeling in de door het hof in rov. 1.9 geciteerde overweging ook heeft beslist, dat [verweerder 2] anders wordt behandeld dan de door de minister bedoelde gevallen. In ieder geval valt niet, althans niet zonder meer, in te zien waarom het gaat om gelijke gevallen en waarom [verweerder 2] gelijk behandeld zou moeten worden met de door de minister bedoelde gevallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54713f6723d41a307246bb45f3f2ece52dc6fab628a9f895caf1e0c2b0a007ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54713f6723d41a307246bb45f3f2ece52dc6fab628a9f895caf1e0c2b0a007ba, en de alinea staat in dat document op bytes 105705 tot 106858.