Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1402.

Blijkens de door het hof in de rov. 1.2, 1.3 en 1.6 bedoelde brieven van 17 juli 2012, 1 juli 2014, 20 maart 2014 en 17 februari 2015 is ook het CBR (mijns inziens terecht) van een in het geval van [verweerders] geldende periode van vijf jaren uitgegaan. Overigens rijst de vraag of, in de benadering van het hof volgens welke art. 97 lid 5 Reglement rijbewijzen in dit geval geen vaste periode van vijf jaren voorschrijft, die brieven, althans die van 20 maart 2014 en 17 februari 2015, niet als zelfstandige en appellabele besluiten van het CBR kwalificeren . Voor het aanwenden van bestuursrechtelijke rechtsmiddelen tegen die brieven bestond alle aanleiding, als art. 97 lid 5 Reglement rijbewijzen het CBR een discretionaire bevoegdheid gaf om te bepalen hoelang de registratie van verklaringen van geschiktheid (andere dan die met de voor het alcoholslotprogramma vastgestelde codering) zou zijn geblokkeerd. Met de genoemde brieven zou het CBR, zo al van een discretionaire bevoegdheid sprake was, daarvan ondubbelzinnig gebruik hebben gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54713f6723d41a307246bb45f3f2ece52dc6fab628a9f895caf1e0c2b0a007ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54713f6723d41a307246bb45f3f2ece52dc6fab628a9f895caf1e0c2b0a007ba, en de alinea staat in dat document op bytes 57431 tot 58559.