Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2016
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1425.
17. Het vierde lid (oud) van art. 577b Sv is bij wetswijziging in 2003 komen te vervallen. In de Memorie van Toelichting wordt, onder instemmende verwijzing naar eerder door de Hoge Raad gesignaleerde knelpunten , uitgelegd dat door het vervallen van het vierde lid (oud) van art. 577b Sv en het aanvullen van art. 36e, vierde lid (oud), Sv de bevoegdheid tot matiging in de executiefase niet langer beperkt is “tot de omstandigheden die zich na de uitspraak hebben voorgedaan, of die ten tijde daarvan niet, of niet volledig, aan de rechter bekend waren”. Met deze wetswijziging heeft de wetgever bedoeld in de matigingsbevoegdheid van de rechter het accent te verschuiven naar de executiefase en aldus te voorkomen dat de rechter bij het oordeel van de draagkracht van de betrokkene (teveel) op de omstandigheden vooruit moet lopen. Inderdaad kan in die zin van een ontlasting worden gesproken voor de rechter. Deze hoeft, in de woorden van de Memorie van Toelichting, zich niet meer “ voorafgaande aan de executiefase al een beeld van de draagkracht te vormen en anticiperend te oordelen op de financiële positie van de veroordeelde achteraf ”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5f0f3efa453566f5ae7985781cbe266a07660c5c5ea28a51ceb9d971e97f365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5f0f3efa453566f5ae7985781cbe266a07660c5c5ea28a51ceb9d971e97f365, en de alinea staat in dat document op bytes 27644 tot 29021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5f0f3efa453566f5ae7985781cbe266a07660c5c5ea28a51ceb9d971e97f365 | shasum -a 256