Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2016
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1425.
Nu de matigingsbevoegdheid in het kader van de oplegging van de maatregel niet is gekoppeld aan de draagkracht van de verdachte, waarom zou dat dan wel gelden voor art. 577b Sv nu ook in dat verband de wettekst en de wetsgeschiedenis daartoe niet dwingen? En als gezegd: de Hoge Raad heeft in een aantal uitspraken niet alleen aangegeven dat herziening op grond van art. 457 Sv in ontnemingszaken niet mogelijk is, maar heeft daarbij ook gewezen op art. 577b, tweede lid, Sv en de bevoegdheid van de rechter om in voorkomende gevallen het vastgestelde ontnemingsbedrag te verminderen of kwijt te schelden. Indien in ontnemingszaken bij gebreke van een mogelijkheid om herziening in de zin van art. 457 Sv aan te vragen, het bepaalde in art. 577b Sv daarvoor als een soort alternatief kan worden aangemerkt, zou uit de verwijzing van de Hoge Raad naar art. 577b, tweede lid, Sv wellicht – ik zeg het uiteraard voorzichtig – kunnen worden opgemaakt dat de Hoge Raad een ruimer bereik van art. 577b Sv voor ogen staat dan het hof ’s-Hertogenbosch in diens beslissing waartegen het middel in mijn vordering zich zal richten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5f0f3efa453566f5ae7985781cbe266a07660c5c5ea28a51ceb9d971e97f365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5f0f3efa453566f5ae7985781cbe266a07660c5c5ea28a51ceb9d971e97f365, en de alinea staat in dat document op bytes 30623 tot 31839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5f0f3efa453566f5ae7985781cbe266a07660c5c5ea28a51ceb9d971e97f365 | shasum -a 256