Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1426.

“4.7. (…). Aangezien in de onderwerpelijke wettelijke regeling geen onderscheid is gemaakt op basis van aangeboren kenmerken van een persoon, zoals geslacht, ras en etnische afkomst, moet de keuze van de wetgever worden geëerbiedigd, tenzij het daaruit voortvloeiende onderscheid evident van redelijke grond is ontbloot (vgl. HR 22 november 2013, nr. 13/03453, ECLI:NL:HR:2013:1212, BNB 2014/31). De keuze van de wetgever om aan te knopen bij de bekendmaking van WOZ-beschikkingen moet, gezien de (…) wordingsgeschiedenis, worden geacht te zijn gebaseerd op overwegingen van eenvoud en doelmatigheid. Het Hof onderkent dat bepaald niet is uitgesloten dat door deze keuze een vanuit het oogpunt van de Wet verhuurderheffïng ongelijke behandeling van gelijke gevallen kan ontstaan; de bekendmaking van WOZ- beschikkingen kan immers van gemeente tot gemeente verschillen. Desondanks kan naar het oordeel van het Hof, gezien de daarvoor door de wetgever aangevoerde gronden, niet worden gezegd dat dat onderscheid van redelijke grond is ontbloot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8520f76b88944c174df71f8434b96fc9062156d3cfb0e1a1458f9ebf8fbfbe1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8520f76b88944c174df71f8434b96fc9062156d3cfb0e1a1458f9ebf8fbfbe1, en de alinea staat in dat document op bytes 24737 tot 25800.