Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 2.4.2 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:143.

Het feit dat in het kader van het voorwaardelijk incidenteel appel tevergeefs wordt bestreden het overnemen door het hof van het oordeel van de rechtbank dat niet voldoende is komen vast te staan dat [betrokkene 1] ten tijde van het opmaken van het testament op 23 mei 2008 leed aan een geestesstoornis en er ook geen aanleiding bestaat om [eiseressen] tot bewijslevering ter zake toe te laten, brengt mee dat hetgeen het hof in de rov. 14 t/m 16 omtrent de (afwezigheid van een) geestesstoornis bij [betrokkene 1] op 23 mei 2008 overweegt ook niet met succes is te bestrijden. Het daar overwogene sluit aan bij en wordt daardoor mede gedragen door het door het hof met name in rov. 24 overgenomen oordeel van de rechtbank, terwijl dat overnemen van het oordeel van de rechtbank – zoals hiervoor uiteengezet – in cassatie niet met vrucht is te bestrijden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f, en de alinea staat in dat document op bytes 29000 tot 29873.