Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:143.
In artikel 4:3 BW worden vijf gevallen genoemd waarin een persoon van rechtswege onwaardig is om uit een nalatenschap voordeel te trekken. Onwaardigheid houdt in het missen van de bevoegdheid om een voordeel uit een nalatenschap te genieten. Is toch een voordeel genoten dan zal dat ongedaan moeten worden gemaakt. De vaststelling van de onwaardigheid door de rechter kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende maar ook ambtshalve. ( )
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f, en de alinea staat in dat document op bytes 30540 tot 31125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f | shasum -a 256