Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:143.
In rov. 13 oordeelt het hof dat appellante niet onwaardig is gebleken om uit de nalatenschap van erflater, [betrokkene 1] , voordeel te genieten. Rov. 13 maakt deel uit van het geheel van overwegingen (5 t/m 18), waarin het hof beoordeelt of de rechtbank tot de beslissing heeft kunnen komen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om [verweerster] als enige erfgenaam van [betrokkene 1] toe te laten. Kennelijk hebben de stellingen, waarop [eiseressen] hun beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid hebben gebaseerd, het hof ook aanleiding gegeven om na te gaan of te dezen toepassing aan artikel 4:3 lid 1 BW zou zijn te geven, waarbij dan valt te denken aan het daar sub d genoemde geval. Het antwoord waarom het hof van dit laatste geval geen sprake acht, zal in de rov. 14 e.v. moeten worden gezocht. Van belang is, naar het voorkomt, vooral wat het hof, na de vaststelling in rov. 16 dat van wilsonbekwaamheid bij [betrokkene 1] op 23 mei 2008 niet is gebleken, in rov. 17 overweegt. Daar merkt het hof onder meer op:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f, en de alinea staat in dat document op bytes 34259 tot 35362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83833d57e1c28b1fa64689c9602ac814bce1dcdd81dee268f8cd3d5e86d0f6f | shasum -a 256