Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2016

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1434.

Het gebeurt niet zelden dat schuldenaren tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling te maken krijgen met (psychische) aandoeningen die hen in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen beletten. Naar vaste rechtspraak – zie HR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8310, NJ 2006/572, recentelijk bevestigd in HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2286 – geldt in dergelijke situaties een tekortkoming als niet toerekenbaar of verwijtbaar, tenzij de bijzondere omstandigheden waarin de schuldenaar als gevolg van zijn aandoening verkeert, niet eraan in de weg staan dat van hem redelijkerwijze kon worden gevergd dat hij hetzij zelf, hetzij met hulp van derden aan zijn verplichtingen zou voldoen. Het komt dus aan op een taxatie van het causale verband tussen de aandoening en de mate waarin de schuldenaar in staat is de desbetreffende verplichting(en) na te komen, al dan niet met inschakeling van hulp van derden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/840a4b41653399d7e3212092ef105486441985380db535172cd7957df91b961f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 840a4b41653399d7e3212092ef105486441985380db535172cd7957df91b961f, en de alinea staat in dat document op bytes 33289 tot 34232.