Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:144.

Het oordeel dat, zoals het hof heeft overwogen, het thans gaat “om de vraag wat (in het kader van een exoneratiebeding) feitelijk is overeengekomen, niet om de vraag welke situatie zou hebben bestaan indien te dien aanzien een andere afspraak was gemaakt” , getuigt naar mijn mening op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof kan niet worden verweten van een onjuiste rechtsopvatting te hebben blijk gegeven door het exoneratiebeding zoals dat tussen partijen geldt, tot uitgangspunt te nemen. In zoverre acht ik de klacht ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54, en de alinea staat in dat document op bytes 62506 tot 63107.