Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:144.

Onder 2.9 wordt geklaagd dat het oordeel dat de dwingende conditie (de beperking tot de opdrachtsom) waaronder een verzekering door [eiser] in 2002 zou kunnen worden afgesloten niet van doorslaggevend belang zou zijn voor de beoordeling van de vraag of de schade die door Veka was geleden, schade was waartegen [eiser] “redelijkerwijs verzekerd had behoren te zijn ”, onbegrijpelijk is. De klacht wordt toegelicht onder 2.10 , waar wordt vooropgesteld dat het in deze zaak gaat om de vraag tegen welke condities op de verzekeringsmarkt [eiser] voor een opdracht als de onderhavige een verzekering had kunnen krijgen. Volgens de klacht waren de voornaamste condities voor het afsluiten van de verzekering uiteraard de premie, maar daarnaast de verplichting om de RVOI-voorwaarden te bedingen, en met de beperking van de dekking conform deze voorwaarden, zonder welke de verzekering niet zou kunnen worden gesloten, hetgeen kennelijk ook het hof in rov. 12.4.5, in fine, tot uitgangspunt heeft genomen. Geklaagd wordt dat het oordeel dat niet van doorslaggevend belang is dat de aansprakelijkheid op grond van de RVOI-voorwaarden tot het factuurbedrag beperkt zou zijn geweest, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54, en de alinea staat in dat document op bytes 64304 tot 65659.