Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:144.

Ik meen dat klacht 2.B slaagt. In het licht van het exoneratiebeding dat partijen waren overeengekomen, was wel degelijk van doorslaggevend belang of, en zo ja, tegen welke condities, [eiser] de schade waarvoor hij thans aansprakelijk wordt gehouden redelijkerwijze had kunnen verzekeren. Als, zoals kennelijk ook het hof blijkens rov. 12.4.5, in fine, tot uitgangspunt heeft genomen, [eiser] de litigieuze schade redelijkerwijs slechts tot het bedrag van de opdrachtsom had kunnen verzekeren, is dat ook het bedrag waartoe het geldende exoneratiebeding de aansprakelijkheid van [eiser] beperkt. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is het bestreden oordeel inderdaad onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54, en de alinea staat in dat document op bytes 66678 tot 67379.