Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:144.
Waar de beschouwingen van het hof uitmonden in het oordeel dat van [eiser] mocht worden verwacht dat hij zich inspande om een deugdelijke dekking te verkrijgen, heeft het hof, anders dan de klacht veronderstelt, niet beslissend geacht dat een beroepsaansprakelijkheidsverzekering niet onmogelijk of onbetaalbaar was, maar dat van [eiser] (in de woorden van het onderdeel) in redelijkheid kon worden gevergd dat hij een verzekering tegen het bedrijfsrisico zou sluiten, zulks ondanks de beperkingen die daaraan zouden zijn verbonden. In zoverre geeft dat oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk en is het evenmin onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk acht ik wel de conclusie die het hof aan dat oordeel heeft verbonden, te weten dat [eiser] (überhaupt) geen beroep op het exoneratiebeding van art. 13.1, tweede volzin, van de Metaalunievoorwaarden zou toekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54, en de alinea staat in dat document op bytes 73242 tot 74122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8ceb5ac05c4c2a1786e6e41ba0c46fee7ff44ec091bbcacd9df9f150f1e1a54 | shasum -a 256