Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2016
Onder 6.7.4. Parket bij de Hoge Raad 22 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1470.
De locus delicti van de afschriftplicht De pleegplaats van de afschriftplicht wordt in Nederland gesitueerd: de aan de vervoerder toegerekende nalatigheid wordt pas in Nederland voltooid – het afschrift moet derhalve in Nederland aan de grensbewaking worden verstrekt – en de overtreding vindt daarom ook in Nederland plaats (vgl. art. 2 Sr). Het te houden toezicht en het nemen van een afschrift vindt immers meestal in het buitenland plaats, zo merkt de wetgever op. Om jurisdictiekwesties bij verwijtbare nalatigheid van de vervoerder uit te sluiten in gevallen waarin niet concreet aangetoond kan worden welke vreemdeling door toedoen (of nalaten) van de vervoerder is ingereisd, heeft de wetgever voorzien in een extra artikellid met extraterritoriale rechtsmacht. Dat was destijds lid 4 van art. 6 Vreemdelingenwet en is thans, zonder wijziging van daaraan ten grondslag gelegde redenen, opgenomen in het vijfde lid van artikel 4 Vreemdelingenwet 2000.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac3362db87afd6d9eaaf9a798187cd1e6e6d254a998600760742d6331e333373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac3362db87afd6d9eaaf9a798187cd1e6e6d254a998600760742d6331e333373, en de alinea staat in dat document op bytes 68701 tot 69817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac3362db87afd6d9eaaf9a798187cd1e6e6d254a998600760742d6331e333373 | shasum -a 256