Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016

Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1482.

27. Bij een evident mankement in de feitelijke grondslag van de toetsing is er dus een muizengaatje en de vraag is hoe dat zit bij een mankement van meer juridische aard. Wat is rechtens als bepaalde gronden voor vernietiging of onverbindendheid niet aan de bestuursrechter zijn voorgelegd en de bestuursrechter deze gronden ook niet ambtshalve mocht toepassen. Daarmee zijn we aangeland bij de nog nader te bespreken (voorafgaande) toetsing van het inreisverbod door ABRvS in de onderhavige zaak. Daarin is namelijk in het geheel niet aan de bestuursrechter voorgelegd dat het inreisverbod niet gestoeld was op één van de in art. 11, tweede lid, Terugkeerrichtlijn genoemde gronden, zoals ‘openbare orde’. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn om toe te laten dat die toetsing alsnog in het kader van de strafzaak plaatsvindt. Als de toegangspoort van evidente strijd met Europees Unierecht is geslecht, komt ook hier al spoedig een nadere bestuursrechtelijke beoordeling (al dan niet in volle omvang) in zicht. Zo zal hier de vraag rijzen of het inreisverbod partieel (bijvoorbeeld voor vijf jaar) in stand kan blijven. Als dat het geval is, lijkt mij goed verdedigbaar dat dus het inreisverbod in zoverre nog niet in strijd is met het Unierecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df1fc712e1b375d100d26472109cab6920c515742162b0be5e4f5fd7c24729a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df1fc712e1b375d100d26472109cab6920c515742162b0be5e4f5fd7c24729a8, en de alinea staat in dat document op bytes 65332 tot 66672.