Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016
Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1482.
31. Een ruime toetsingsmogelijkheid door de strafrechter bevordert mogelijk dat een vreemdeling die constateert dat tegen hem een inreisverbod wordt uitgevaardigd waaraan een motiveringsgebrek kleeft zijn kruid droog houdt en daarvan in de bestuursrechtelijke procedure geen punt te maakt. Het tot stand gekomen inreisverbod zal immers achteraf alsnog ter discussie kunnen worden gesteld en (in ieder geval in strafrechtelijke zin) niet handhaafbaar blijken te zijn. Een dergelijke benadering is niet wenselijk in het licht van de taakverdeling tussen strafrechter en bestuursrechter. Door een terughoudende opstelling van de strafrechter kan dit worden voorkomen. Kan bij terughoudendheid door de strafrechter met recht worden volgehouden dat de (straf)rechter zijn taak verzaakt om rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht toe te passen? Als uitgangspunt lijkt het mij niet onredelijk om die rechtstreekse toepassing niet onverkort te vragen van de (later oordelende) strafrechter, maar uiteraard wel van de bestuursrechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df1fc712e1b375d100d26472109cab6920c515742162b0be5e4f5fd7c24729a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df1fc712e1b375d100d26472109cab6920c515742162b0be5e4f5fd7c24729a8, en de alinea staat in dat document op bytes 68841 tot 69956.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df1fc712e1b375d100d26472109cab6920c515742162b0be5e4f5fd7c24729a8 | shasum -a 256