Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016

Alinea 158 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1508.

“3.2. (…) Is de ongewenstverklaring door de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak in stand gelaten, dan staat zulks in beginsel eraan in de weg dat de strafrechter het verweer dat de ongewenstverklaring in strijd is met de daarop betrekking hebbende wet- en regelgeving, waaronder ook bepalingen van Europees Unierecht, zelfstandig onderzoekt en daarop beslist. Onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding bestaan hierop een uitzondering te maken. (Vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2854, NJ 2010/573.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf7bd574f226a0b1304cd20f0c835f3c90fca7d1fcf0f36ab77bd293916d5923. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf7bd574f226a0b1304cd20f0c835f3c90fca7d1fcf0f36ab77bd293916d5923, en de alinea staat in dat document op bytes 60018 tot 60554.