Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2016

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1510.

25. Het laatste klachtonderdeel betreft de begrijpelijkheid van de vrijspraak door het hof in het licht van de vaststellingen van het hof in het kader van het derde feit. Er is inderdaad vrijgesproken van deelneming al dan niet op de wijze zoals bedoeld in art. 140, vierde lid, Sr en dus ook van deelneming in mogelijk andere vormen van deelname en ondersteuning dan financiële steun. Het hof heeft bij de vrijspraak in aanmerking genomen dat verdachte in de tenlastegelegde periode en daaraan voorafgaand veel interesse heeft gehad in en onderzoek heeft gedaan naar de gewapende strijd en diverse terroristische organisaties, wier gedachtengoed en doelstelling zij wellicht ook aanhing en wilde ondersteunen. Het komt mij voor dat het hof hiermee te kennen heeft gegeven wel degelijk ook rekening te hebben gehouden met hetgeen in het kader van het derde feit uitdrukkelijk en met zoveel woorden is vastgesteld. Dat het hof die interesse en dat onderzoek echter niet van voldoende gewicht heeft geoordeeld om het aan te merken als deelneming aan een criminele organisatie acht ik mede in het licht van de hierboven al besproken rechtspraak in de Hofstadzaak niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5e0755de0298c1e91ca8c6279df6341430f2a3c8322e925d4a891a2d50eac4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5e0755de0298c1e91ca8c6279df6341430f2a3c8322e925d4a891a2d50eac4a, en de alinea staat in dat document op bytes 37011 tot 38206.