Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Onder 8.14. Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1529.

“Uitgangspunt bij de regeling van nevenbetrekkingen is dat het tot de verantwoordelijkheid van de rechterlijk ambtenaar zelf behoort om te beoordelen of een nevenbetrekking verenigbaar is met zijn ambt. Daarnaast heeft de functionele autoriteit respectievelijk de president een toetsingsrol bij de aanvaardbaarheid van nevenbetrekkingen. Met het voorgestelde criterium in artikel 44, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) (geen betrekking vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid) wordt naar mijn mening een toereikend handvat geboden voor de beoordeling van de geoorloofdheid van nevenbetrekkingen. Met deze norm wordt aangesloten bij de norm in artikel 7, tweede lid, van de Wet op de Raad van State”. (p. 1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346, en de alinea staat in dat document op bytes 75148 tot 76024.