Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Onder 8.22. Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1529.

Waarom is het optreden als adviseur van een procespartij ongewenst? Wanneer een rechter (of rechter-plaatsvervanger) optreedt als adviseur (bij vragen als: ‘wat is voor mij de slimste benaderingswijze in een gedingstuk of pleidooi om de behandelende rechter voor mijn standpunt te winnen?’ etc.) wekt dit de indruk alsof inside-kennis van de rechtbank wel aan de ene, maar niet aan de andere procespartij ter beschikking wordt gesteld. Dat verstoort de equality of arms. Daarenboven doet zulk adviseurschap afbreuk aan de geloofwaardigheid van het gerecht, in die zin dat de ene procespartij voor een geldelijke beloning een steunbetuiging koopt van een lid van het college. Er is (ook voor de wetgever: vgl. art. 29 oud Rv) geen bezwaar tegen dat een rechter als procesadviseur optreedt voor zijn/haar naaste familieleden. In de optiek van klaagster heeft verweerder zich opgesteld als adviseur van haar wederpartij in de Belgische procedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346, en de alinea staat in dat document op bytes 87253 tot 88213.