Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Onder 5.1. Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1529.

Verweerder was op 29 januari 2016 raadsheer in buitengewone dienst van de Hoge Raad en daarmee formeel een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast (zie art. 1 aanhef en onderdeel b onder 1⁰ en onderdeel c, RO). Verweerder werd al geruime tijd niet meer opgeroepen om als raadsheer werkzaamheden te verrichten (ar. 72 lid 2 RO). Door de president van de Hoge Raad was hij met zijn instemming belast met de waarneming van het ambt van advocaat-generaal bij de Hoge Raad (art. 119 lid 4 RO). Uit de tekst van art. 13a RO volgt naar mijn mening dat de procureur-generaal, indien eerder bevoegd, ook na het defungeren van verweerder bevoegd blijft om de in art. 13a RO bedoelde vordering in te stellen en dat de Hoge Raad bevoegd is over die vordering te beslissen. Tussen de partijen in deze klachtprocedure is de bevoegdheid van de Hoge Raad na het defungeren van verweerder geen punt van discussie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346, en de alinea staat in dat document op bytes 21885 tot 22802.