Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016
Onder 7.6. Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1529.
Een regel als deze laat de mogelijkheid onverlet dat een rechter die van het geschil kennis neemt (schriftelijk) advies heeft uitgebracht aan één der procespartijen, op een tijdstip waarop hem dat nog niet verboden was: bijvoorbeeld op een dag waarop hij nog geen rechter was of vóórdat redelijkerwijs kon worden vermoed dat het geschil voor hem aanhangig zou worden. In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 1838 is ervoor gekozen, de wrakingsgronden in de wet op te nemen. Art. 30 Rv (Stb. 1828, 14) luidde, voor zover hier van belang: “Geen Regter zal mogen gewraakt worden, dan om de navolgende redenen: (…) 4. Indien hij een advijs of een raad in de zaak gegeven heeft”. Dit is nadien gewijzigd in: “Indien hij een schriftelijk advijs in de zaak gegeven heeft”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346, en de alinea staat in dat document op bytes 40376 tot 41179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae2a20347287d45c3d1b9f023d1ec41fc56fe4b919471c0b293a5a0c455a346 | shasum -a 256