Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:162.
In de toelichting op middel 2 wordt terecht betoogd dat een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep niet onmogelijk wordt gemaakt door het niet (in persoon) verschijnen van een partij ter zitting. Partijen kunnen immers in advocaatzaken op grond van art. 279 lid 3 Rv in verbinding met art. 362 Rv bij advocaat verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep . Dit betekent dat het hof wel degelijk, ondanks de afwezigheid van de man en [de zoon] ter zitting, over had kunnen gaan tot een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. De overweging van het hof dat mr. Graus heeft beoogd om de inhoudelijke behandeling van het hof onmogelijk te maken, is derhalve onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb2e50b41ace4a22d24b6ea1cb621ce73315245252140df6dd0b76b4a1bde06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb2e50b41ace4a22d24b6ea1cb621ce73315245252140df6dd0b76b4a1bde06, en de alinea staat in dat document op bytes 23598 tot 24360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebb2e50b41ace4a22d24b6ea1cb621ce73315245252140df6dd0b76b4a1bde06 | shasum -a 256