Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:163.
De conclusie dat van informatie een onjuist of misleidend signaal uitgaat of te duchten is (in de zin van art. 5:58 Wft), kan dus pas worden getrokken indien redelijkerwijs aannemelijk is dat de mededeling, gelezen in de context waarin deze is geplaatst, van materieel belang is voor de beleggingsbeslissing van de ‘maatman-belegger’. Dat betekent dat de context waarin de informatie is verspreid bij de beoordeling moet worden betrokken en dat de enkele feitelijke onjuistheid van de informatie niet voldoende is voor toepassing van art. 5:58 Wft. “Minimale gebreken” worden aldus uitgesloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc, en de alinea staat in dat document op bytes 104637 tot 105316.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc | shasum -a 256