Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.99 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:163.
3.114 Gelet op het voorgaande, meen ik dat de klacht van onderdeel 9.3 (als weergegeven onder 3.107) slaagt. ’s Hofs oordeel dat art. 5.58 Wft tijdens het debat op donderdag niet is overtreden, acht ik, gelet op de genoemde stellingen van FortisEffect c.s., onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. De mededelingen die de minister wel heeft gedaan mogen dan – volgens het hof – niet misleidend zijn geweest, het hof heeft mijns inziens niet of onvoldoende onderkend dat de ‘maatman-belegger’ ook kan zijn misleid (in de zin van art. 5:58 Wft) doordat bij de informatieverstrekking essentiële informatie is weggelaten. Dat het bij de door FortisEffect c.s. bedoelde informatie (o.a. dat op donderdag al duidelijk was dat de eerste reddingsoperatie niet het beoogde effect had gehad en niet meer zou worden uitgevoerd, en dat er onderhandelingen gaande waren over veel verdergaande maatregelen) gaat om dergelijke essentiële informatie, kan naar mijn mening zonder meer worden aangenomen. Voorts geldt, zoals volgt uit voorgaande, dat de overweging die erop neerkomt dat het handelen van de Staat gerechtvaardigd is, het oordeel dat art. 5:58 Wft niet is overtreden niet mede kan dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc, en de alinea staat in dat document op bytes 179999 tot 181340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc | shasum -a 256