Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:163.

Het hof is van oordeel dat het gezien de ratio van artikel 30 WPE 2008 – het waarborgen dat een getuige vrijuit kan spreken – toelaatbaar is de getuigenverklaringen als bewijs te gebruiken in een procedure tegen een derde, voor zover de desbetreffende getuige niet in een nauwe relatie staat tot degene tegen wie die verklaring wordt gebruikt. Of dit het geval is, zal per getuige onderzocht moeten worden, althans voor zover FortisEffect c.s. zich ter onderbouwing van een stelling op (een bepaald onderdeel van) een getuigenverklaring beroepen. Dit brengt mee dat het hof zich slechts over de toelaatbaarheid van de getuigenverklaringen als bewijs in de onderhavige procedure zal behoeven uit te spreken, indien dat noodzakelijk is voor de beoordeling van concrete stellingen van FortisEffect c.s. Zoals uit het onderstaande zal blijken, zal bedoeld onderzoek achterwege kunnen blijven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc, en de alinea staat in dat document op bytes 198226 tot 199134.